Historisch Bekeken (actueel) -29/8/2005

Lees voor met webReader

Mokumers, galgenzagers en doppenhokkers

Vroeger hadden de inwoners van iedere stad of dorp wel een bijnaam, vaak gerelateerd aan de werkzaamheden in de streek. Zaandammers worden galgenzagers genoemd, hoogstwaarschijnlijk omdat in vroeger jaren vele houtzaagmolens er hun werk deden. En Amsterdammers zijn en blijven Mokumers, een woord dat afkomstig is van het Jiddische woord Mokum dat plaats of stad betekent. Korte tijd geleden meldde iemand zich bij de Oudheidkamer Oostzaan met de vraag of wij de bijnaam ‘doppenhokker’ als scheldnaam voor Oostzaners kenden. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat de meesten van ons er nog nooit van hadden gehoord. Een zoektocht was dan ook het gevolg.

Pelmolens
In de Zaanstreek hebben meer dan honderd pelmolens gestaan. In eerste instantie pelden zij de gerst tot gort en later werd er rijstkorrels van hun doppen ontdaan. Bij dat pellen werden de gerstkorrels langs een blikken plaat met uitsteeksels gehaald, waardoor het buitenste laagje werd verwijderd. Het eerste afpelstel van de gerst, grotendeels doppen, werd in de waaierij uitgewaaid en kwam in het doppenhok terecht. Dit afval, het relmeel, was een minderwaardig veevoer omdat er veel verontreinigingen in zaten. Na de tweede keer pellen ontstond pelmeel, een uitstekend veevoer. En na de derde keer pellen ontstonden twee producten: het ronde of parelgort in korrelvorm en het parelmeel dat ook voor menselijke consumptie geschikt is. De doppenhokken van de pelmolens waren dan ook gevuld met afval dat als veevoer werd gebruikt. En ongetwijfeld zullen die doppenhokken vaak door Oostzaners leeggehaald zijn. Dat zou de bijnaam ‘doppenhokker’ voor Oostzaners goed kunnen verklaren.

0516 Pelmolen De Peereboom in 1850 verbrand

Wintermelkers
De meeste Amsterdammers waren in de achttiende en negentiende eeuw voor hun eten afhankelijk van de tuinders en boeren rondom de stad. In Waterland en Zaanstreek leverden de meeste boeren hun melk in Amsterdam af. De veehouders in Oostzaan hadden daarbij gekozen voor een slimme aanpak: zij waren wintermelkers omdat de prijs van melk in de winter veel hoger was dan in de zomer. De boeren die hun melk vooral in de zomer afleverden, gaven hun koeien vooral vers gras te eten. Voor de Oostzaanse wintermelkers was dat onmogelijk. Zij voedden hun beesten vooral met hooi en met krachtvoer, afval afkomstig van de Zaanse molens: lijnoliekoeken afkomstig van de oliemolens, zemelen afkomstig van de stijfselmakerijen en relmeel, afkomstig uit het doppenhok van de pelmolens.

Informatie
Tot nu hebben we één persoon gevonden die het woord ‘doppenhokker’ kent. Zijn grootvader vertelde dat er vroeger veel gerstafval bij de molens met schuiten werd opgehaald en dat dit later aan de beesten werd gevoerd. Dit gerstafval bevatte veel doppen. Ook kon deze bron melden dat Oostzaners vroeger wel eens voor ‘doppenhokkers’ werden uitgescholden. Maar één bron is ‘geen’ bron. Daarom zijn we op zoek naar mensen uit Amsterdam-Noord, Waterland en de Zaanstreek die ons meer kunnen vertellen over dit scheldwoord. Wij stellen uw bijdrage per post of per e-mail bijzonder op prijs. Zo kunnen we historisch verantwoord schelden. Want scheld- en bijnamen zijn van alle tijd.

Deze tweewekelijkse rubriek wordt verzorgd door Rob Veenman van de Oudheidkamer Oostzaan, bereikbaar via r.veenman@vpcconsult.nl en via postbus 558, 1440 AN Purmerend. Tips, verhalen, meldingen over historische activiteiten en dergelijke zijn van harte welkom.

Historisch Bekeken (36) -25/8/2005

Lees voor met webReader

36 – Op visite bij Napoleon

Als je in het buitenland op vakantie bent, dan ga je op zoek naar bijzondere gebouwen, mooie kastelen en sfeervolle kerken. Maar in je eigen land ga je veelal voorbij aan de bijzondere plekken. Zo ken ik de Pyramide van Austerlitz bij Zeist alleen uit de verhalen en uit de fotoboeken van mijn ouders, maar ben ik er zelf nooit geweest. In de jaren ’30 fietsten mijn ouders geregeld naar de familie naar Zeist, een fietstochtje van ongeveer 75 kilometer. En tijdens zo’n familiebezoek moest er ook wel een bezoek gebracht worden aan de grote toeristische trekpleister in de buurt: de Pyramide van Austerlitz, met speeltuin en uitspanning. De foto’s in het familiealbum getuigen er nog van, want een bezoek aan zo’n bijzondere plaats moest wel op de gevoelige plaat vastgelegd worden.

Theebeurs
De bovenstaande foto van de speeltuin bij Austerlitz werd mij toegezonden door mevrouw Goede uit Landsmeer. Maar in eerste instantie reageerde zij op een eerder stukje in deze rubriek en zo heeft zij mijn historische kennis van allerlei alledaagse dingen weer bijgespijkerd. Mijn grootmoeder had een “theemuts” die uit twee helften bestond. Door het haakje bovenop los te knippen en de twee helften van elkaar te duwen, kon je de theepot warm opbergen. Ik weet nu dat zo’n apparaat een “theebeurs” heet.

36 – Austerlitz
Foto collectie mevr Goede

Napoleon
De foto van Austerlitz is trouwens heel actueel. Enkele weken geleden vierde het monument zijn tweehonderd jarige bestaan. In 1804 liet generaal Marmont de piramide bouwen als eerbetoon aan zijn vriend en voorbeeld Napoleon Bonaparte. Overigens schrijven we tegenwoordig “piramide” in plaats van het ouderwetse “pyramide”. Ook de taal ontwikkelt zich constant. Van de piramide van 1804 is weinig overgebleven. Van oorsprong was het een aarden piramide met daarop een houten obelisk van 13 meter. Na het vertrek van de Franse troepen begon het monument al snel in verval te geraken. In 1808 verdween de houten obelisk dan ook en pas in 1894 werd er een stenen obelisk op de piramide geplaatst.

Schoolreisjes
In het begin van de twintigste eeuw begon de “Pyramide van Austerlitz” zijn carrière als grote trekpleister voor schoolreisjes, dagtripjes voor de ouden-van-dagen en andere groepsreizen. Er is tenslotte een tijd geweest dat een ééndaagse trip het hoogtepunt van het jaar vormde. Vele duizenden kinderen uit Amsterdam en Utrecht zullen in de loop van de jaren de piramide beklommen hebben. In 1910 is het zo druk geworden bij de piramide dat er een houten gebouwtje voor de kaartverkoop bij de entree gebouwd wordt. In de afgelopen periode is de piramide met het gehele bos erom heen opnieuw gerenoveerd en is de piramide met de obelisk erop weer goed zichtbaar geworden. Maar het zal nu niet echt meer een trekpleister voor schoolreisjes zijn. Nu zullen vele bezoekers de piramide opnieuw bezoeken als herinnering aan de schoolreisjes van vroeger.

Deze tweewekelijkse rubriek is eerder verschenen in het Noord-Amsterdams Nieuwsblad en wordt verzorgd door Rob Veenman van de Oudheidkamer Oostzaan, bereikbaar via r.veenman@vpcconsult.nl en via postbus 558, 1440 AN Purmerend. Tips, verhalen, meldingen over historische activiteiten en dergelijke zijn van harte welkom.

Klaas Compaen – 24/8/2005

Lees voor met webReader

Zo waar, bijna een hele dag zonder computer, morgen regent het weer, dus vandaag een dagje sight see-en in mijn oude geboortestad Amsterdam. Gewoon even de toerist uithangen en de stad bekijken alsof je in het buitenland bent.
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en Carla had een verrassing in petto. Zwervend over de grachten, zat er toch een patroon in en we belandden, niet geheel toevallig, op de Raamgracht. “Kijk”, zei ze en ik keek.
Thai Specialiteiten Restaurant KLAAS COMPAEN stond er met grote letters op de gevel.
Nou, daar wil je natuurlijk het fijne van weten, de eigenaar aangesproken, jawel een Thai.

placemat Compaen
placemat Compaen

Hij gaf me een placemat mee, want daar stond “alles” op.

Leuk verhaal, maar wie is deze Klaas?
Niet de onze, de data kloppen al zo niet.
Had onze Claes een naam- en tijdgenoot?
Is deze Klaas “geleend” en “aangepast” om een mooi verhaaltje kwijt te kunnen?
Wie brengt licht in deze duistere zaak, want de suggestie wordt hier gewekt dat de schat van COMPAEN gelegen was in zijn recepten en niet in het goud.
Als dat waar is kunnen we stoppen met zoeken en beter een keer lekker uit eten gaan, bij de Thai misschien?

Turf steken in Oostzaan – 18/8/2005

Lees voor met webReader

Nieuwe technieken brengen nieuwe mogelijkheden binnen bereik.
We denken daarbij aan de manier die nu al gebruikt wordt bij RTV -NH.
Oude amateurfilms tot leven gebracht.

De afleveringen van Super 8 zijn te bekijken met de latere versies van de RealPlayer. Deze is gratis te downloaden vanaf de website van Real.
Vanwege het formaat waarin deze filmpjes ter beschikking staan is er geen andere mogelijkheid, met alleen de mediaplayer van Windows lukt het dus niet.

Als voorbeeld: Turf steken in Oostzaan in 1959
Oostzaner Jan de Jongh keerde in 1959 na een vijfjarig verblijf in Indonesië terug naar zijn geboortegrond en zag deze opeens met hele andere ogen. Hij richtte zijn camera op het plaatselijke boerenleven waar iemand bijvoorbeeld nog zijn eigen turf maakte.

Voor de zomer is de audio/video werkgroep, een nieuw initiatief van de oudheidkamer, van start gegaan. Zij die daarin een rol willen/kunnen spelen, worden van harte uitgenodigd dit te doen. Zij kunnen zich rechtstreeks aanmelden bij Piet Roels

Vooruit lopend geven we aan hen, die nog oude films in de kast hebben liggen alvast de volgende tips:
1. Bewaar uw oude films op die plaats binnen uw huis waar de temperatuur het minst schommelt, ook een groot verschil in luchtvochtigheid is funest.
Niet in de kelder, daar is het te vochtig.
Niet op zolder, want daar zijn de verschillen in temperatuur veel te groot.
2. Vermijd een plek dicht bij de centrale verwarming.
3. Leg de films plat neer bij voorkeur in een houder.
Staan ze rechtop ontstaat er namelijk te veel druk op de onderste windingen waardoor een ongelijkmatige veroudering ontstaat.

Historisch Bekeken (35) -18/8/2005

Lees voor met webReader


35 – Op de plukkist

Oostzaan, Landsmeer en Den Ilp zijn eeuwenlang dorpen van kippenslachters en eendenhouders geweest. Maar tijden veranderen. De laatste grote kippenslachterij is ondertussen vertrokken naar Barneveld, veel kippenhokken en eendenschuren zijn gesloopt en de plukkist is al jarenlang niet meer in gebruik.

Slachten
‘Hoe slacht je een kip?’ Vroeger was dat een simpele vraag. Je neemt een grote kist met de opening naar boven, legt daar een plank overheen en je gaat op die plank zitten. Dan pak je de kip bij z’n poten en z’n vleugels en slaat haar met de kop tegen de kist. Maar je kunt ook met een knuppeltje een klap op de kip z’n kop geven. Vervolgens snij je de strot van de levenloze kip door en laat je het bloed in een emmer lopen. Gezeten op de plukkist pluk je daarna de kip en laat je de veren in de kist vallen. Na het pluisteren en blakeren en het verwijderen van de ingewanden kunnen de kippen bij de poelier afgeleverd worden. Veel kippen werden vaak ook direct door de kippenboeren zelf in Amsterdam uitgevent, met een mand aan de arm of later met de transportfiets.

Keuringsdienst
Tegenwoordig kun je je een dergelijke werkwijze niet meer voorstellen. Dierenbescherming, Keuringsdienst van Waren (die tegenwoordig ook alweer anders heet) en de milieu-inspectie staan tegenwoordig klaar om allerlei regelingen en verordeningen te controleren en om boetes op te leggen. Een aantal jaren geleden heb ik eens uitgezocht met hoeveel regelingen een gemiddelde agrariër rekening moet houden. Dat waren er toen bijna twee duizend en het aantal is in de loop van de jaren alleen maar toegenomen. De huidige situatie is misschien niet ideaal, maar vroeger waren er natuurlijk ook misstanden. De arbeidsomstandigheden waren belabberd en met de voedselkwaliteit werd veel gerommeld. Maar toch waren de sociale verhoudingen veel sterker en hechter dan nu.

35 Op de plukkist.
Foto Collectie M. Danser-Schaft

Eigen taal
Pluisteren en blakeren, kallekeire en eire garen waren in die tijd normale woorden waarvan iedereen de betekenis kende. En die betekenis is nu nog op te zoeken in ‘Wat ons nag te binne skoot’, het Geïllustreerd Oostzaans Woordenboek. Met de betekenis van meer dan 1.500 woorden en circa 150 uitdrukkingen en met vele persoonlijke verhalen en fraaie foto’s geeft het woordenboek een mooi sfeerbeeld van het dagelijks leven voor de Tweede Wereldoorlog. Het boek kost € 14,95 en is in de boekhandel te verkrijgen (ISBN 90.808060.2.1). De kippenplukkers gebruikten niet alleen dialectwoorden, maar ze hadden ook een aparte manier van praten. De plukkers zaten de hele dag bij elkaar op hun plukkist en, terwijl hun handen het werk deden, hadden ze alle tijd voor een goed gesprek. En hoogstwaarschijnlijk uit verveling gingen vele kippenplukkers daarom achterste voren praten. ‘Naa effe pik eid feeg’ zal vaker geklonken hebben dan ‘Geef die kip effe aan’. Veel plukkers konden door de dagelijkse oefening met een enorme snelheid achterste voren praten en zo anderen van hun onderlinge gesprekken uitsluiten.

Deze tweewekelijkse rubriek is eerder verschenen in het Noord-Amsterdams Nieuwsblad en wordt verzorgd door Rob Veenman van de Oudheidkamer Oostzaan, bereikbaar via r.veenman@vpcconsult.nl en via postbus 558, 1440 AN Purmerend. Tips, verhalen, meldingen over historische activiteiten en dergelijke zijn van harte welkom.

Zomer in ’t hoofd? – 17/8/2005

Lees voor met webReader

Nu het eindelijk weer zomert, schemert het najaar.
Zo langzamerhand hervatten we alle taken die gedurende de zomer op een laag pitje hebben gestaan. Vorig week beet de textielgroep het spits af, het bestuur vergaderde afgelopen dinsdag weer, de agenda voor de PR- groep zag ik vandaag voorbij komen. Ook de Oostzaanse taalgroep is weer bijeen geweest, want nieuwe/oude woorden blijven maar binnen stromen en zij willen er met dezelfde zorgvuldigheid over blijven oordelen.
Nadat we deze zomer danig geschrokken zijn van plotselinge ziekenhuis opname van één van onze bestuursleden hebben we afgelopen dinsdagavond gelukkig weer voltallig kunnen praten over de komende monumentendag en de donateuravond in het najaar. Rob Veenman was weer hersteld en blaakt met zijn drie by-passes van energie. We hopen dat hij er met gepaste voorzichtigheid mee omgaat.

Op stapel staan natuurlijk ook de najaars-Jol en er wordt ook alweer gewerkt aan een nieuwe Historische Uitgave Oostzaan. Gedurende de zomer is wel een lesbrief voor de scholen gerealiseerd en verspreid op de Oostzaanse scholen, een aangepaste versie wordt gemaakt voor de komende Monumentendag, die versie is inmiddels in productie. Uiteraard verschijnen er ook nog regelmatig nieuwe verhaaltjes in de reekst Historisch Bekeken.

Opmerkelijke tentoonstelling – 16/8/2005

Lees voor met webReader

Vanaf begin augustus hebben we in de de Openbare Bibliotheek van Oostzaan een prachtige tentoonstelling van kaarten van en over Oostzaan door de eeuwen heen. Leuk voor de verknochte Oostzaner: “Stond mijn huisje er ook al in, pak ‘m beet, 1850?”.
Maar uit de vele reacties hebben we ook al mogen constateren dat men “van heinde en ver” naar deze tentoonstelling komt, want er zijn ook liefhebbers met deze speciale hobby: oude landkaarten van dorp en regio.
Overigens wordt er binnen de oudheidkamer hard gewerkt aan een totaal overzicht van het dorp over de laatste eeuwen. Als dat klaar is, zult u een overzicht kunnen bekijken van elk pand in ons dorp met de geschiedenis van dat gebouw over de periode vanaf de bouw tot aan het heden inclusief historie van de bewoners van dat pand. De basis daarvoor is gelegd, het gaat waarschijnlijk nog jaren duren voor we met de verdere invulling gereed zijn.

Historisch Bekeken (34) – 12/8/2005

Lees voor met webReader


34 – Thee met een klontje kandij

Een paar dagen geleden moest ik tijdens een bezoek aan het museum Grietje Tump in Landsmeer terugdenken aan mijn grootmoeder, Jacobje de Boer uit Jubbega. In het begin van de twintigste eeuw kwam zij vanuit Friesland naar de Zaanstreek, op zoek naar werk. Terwijl zij in een dienstje werkte, ontmoette zij mijn grootvader en werd verliefd. Mijn grootvader heb ik helaas nooit gekend, maar het beeld van mijn oma staat nog steeds op mijn netvlies gegrift. Ze zag er dan ook uit zoals een grootmoeder eruit moet zien: klein en tenger, met zilvergrijs haar in een knotje op het achterhoofd gebonden. Ze zat vaak te breien in haar stoel, een hoge, rechte Friese knopjesstoel met een grote zak die aan een van de armleuningen. Daarin zat haar breiwerk en tijdens het breien kwam er vanuit de zak de wollen draad omhoog naar de vlijtig bewegende pennen. In een hoog tempo werden sokken, sjaals en andere kledingstukken geproduceerd. Alleen voor een kopje thee werd het werk even stilgelegd.

Servies
Op oma’s dressoir stond altijd een fraai dienblad met het luxe servies. Maar meestal werd er thee gedronken uit de dagelijkse kopjes. Als daarvan een blusje af was, dan was dat niet zo erg. Overigens, voor degenen die niet weten wat een bluts of blus is, zie het Geïllustreerd Oostzaans Woordenboek zoals dat vanaf 3 november in de boekhandel ligt. En de theepot stond door de weeks ook nooit op het theelichtje. Een fraaie theemuts zorgde ervoor dat de thee niet teveel afkoelde. Alhoewel het woord theemuts niet de juiste naam is, maar ik weet geen betere. Het was een constructie die je aan de bovenzijde kon openklappen, zodat je de theepot erin kon zetten. En daarna sloot je de twee helften weer en met een knipje op de beugels kon je de ‘theemuts’ afsluiten. Om het theedrinken toch een feestelijk tintje te geven, kregen we er vaak een klontje kandij erin. Echte kandij, zo van het touwtje afgebroken. Als kind dronken we dan snel de thee op zodat we daarna heerlijk op het klontje kandij konden sabbelen. Dat was niet de bedoeling, maar wel lekker. Eigenlijk moest de kandij in het kopje achterblijven om zo ook het tweede bakje smaak te kunnen geven.

Grietje Tump
Het servies op de foto staat in museum Grietje Tump, één van de leukste, kleinste en vooral volste museumpjes die ik ken. Het museum in Landsmeer (alleen open op zondagmiddag) heeft net zijn 25 jarig bestaan gevierd. Tot 1973 was het de woning van Grietje Tump, rentenierster en landeigenaar. De tijd heeft er stilgestaan. Pas in 1964 liet Grietje elektriciteit aanleggen en het huis werd in 1970 op het gasnet aangesloten. In het museum waan je je dan ook weer in de verleden tijd. In de Jol, het tijdschrift van de Oudheidkamer Oostzaan, zoals dat deze in oktober 2004 is verschenen, wordt het museum nader belicht. Maar daarnaast staan er ook artikelen in over de ontstaansgeschiedenis van de regio en sappige verhalen over de eendenhouderij. De Jol is te verkrijgen bij de Oudheidkamer Oostzaan.

Deze tweewekelijkse rubriek is eerder verschenen in het Noord-Amsterdams Nieuwsblad en wordt verzorgd door Rob Veenman van de Oudheidkamer Oostzaan, bereikbaar via r.veenman@vpcconsult.nl en via postbus 558, 1440 AN Purmerend. Tips, verhalen, meldingen over historische activiteiten en dergelijke zijn van harte welkom.