061130 – Historisch Bekeken (55-2)

Lees voor met webReader

Gastarbeider in eigen land (vervolg)

Herstellen

Bij de gebreide kledingstukken ging het nog gemakkelijker. Als een trui of vest te klein was geworden, dan werd het breiwerk weer uitgehaald en kon er een nieuwe trui gebreid worden. Weggooien was tenslotte zonde. Zelfs aan het einde van het bestaan leverde textiel nog wat op. De voddenboer die met enige regelmaat met zijn bakfiets door de straat reed, betaalde dan nog een gering bedrag voor bruikbare kleding. ‘Vodden, vodden, wie heeft er nog vodden’ riep de brave man constant tijdens zijn ritten, tot groot genoegen van de kinderen die op straat speelden. ‘Wat heb je aan je lijf’ riepen we dan en de voddenboer antwoordde onverstoord met zijn standaard tekst: ‘vodden, vodden, wie heeft er nog vodden’.

Veerunster
Toch heeft de voddenboer niet alleen met zijn geroep indruk op mij gemaakt. Ook zie ik zijn mooie koperen veerunster nog zo voor mij. De vodden die hij kocht, werden in een juten zak gedaan en daarna met de koperen unster gewogen. Zo kon hij per ons zijn koopwaren aanschaffen. Een deel van de kleding zal ongetwijfeld opgelapt zijn zodat het opnieuw gedragen kon worden. Een ander deel van de vodden verdween echter in de industrie om als grondstof voor papier en andere materialen dienst te doen. De voddenboer is tegenwoordig uit het straatbeeld verdwenen. Wel floreren de winkels in tweedehands goederen in deze tijd van regressie. Mijn sokken belanden nu in de vuilnisbak als de eerste knollen ontstaan, want de stopnaalden en het stopwol zijn beland in het museum. En er is niemand meer die zo goed kan stoppen als mijn oma.

Deze tweewekelijkse rubriek is eerder verschenen in het Noord-Amsterdams Nieuwsblad en wordt verzorgd door Rob Veenman van de Oudheidkamer Oostzaan, bereikbaar via r.veenman@vpcconsult.nl en via postbus 558, 1440 AN Purmerend. Tips, verhalen, meldingen over historische activiteiten en dergelijke zijn van harte welkom.

061129 – Historisch Bekeken (55-1)

Lees voor met webReader

Gastarbeider in eigen land

Mijn oma kwam in het begin van de twintigste eeuw als gastarbeidster vanuit Friesland naar het westen. Als dochter van een keuterboertje was er weinig toekomst in Zuidoost-Friesland, het armere deel van die provincie. Als jong meisje kon zij terecht bij welgestelde Hollanders, eerst in Gouda en later in de Zaanstreek. Maar het huwelijk met mijn opa noodzaakte haar de werkzaamheden als dienstbode te staken. Trouwen betekende in die tijd bijna automatisch het ontslag voor een vrouw. Om toch voor extra inkomsten te zorgen, werd oma dan ook wasvrouw. Nadat de was bij de klanten was opgehaald, werd deze geboend op het wasbord en gekookt in een ketel op het fornuis. Met de Singer naaimachine konden daarna de eventuele beschadigingen gerepareerd worden. Maar, in mijn beleving, was mijn oma vooral een kunstenaar in sokken stoppen en breien. Tot op hoge leeftijd zat zij in haar hoge boerenknopjesstoel terwijl de breipennen lustig tikten, haar grijze haar in een knotje op haar achterhoofd en een ziekenfondsbrilletje op haar neus.

Herstellen
Tegenwoordig maken we ons druk over de import van kleding vanuit China, maar vroeger maakten vele mensen hun kleding zelf. En als er toch kledingstukken aangekocht werden, dan werden deze soms generaties lang gedragen. Een slijtplek op de knieën of op de ellebogen kon gemakkelijk met een lapje afgedekt worden. Werd een broek of rok te kort, dan werd er gewoon aan de onderzijde een stuk aangezet. (wordt vervolgd)

Deze tweewekelijkse rubriek is eerder verschenen in het Noord-Amsterdams Nieuwsblad en wordt verzorgd door Rob Veenman van de Oudheidkamer Oostzaan, bereikbaar via r.veenman@vpcconsult.nl en via postbus 558, 1440 AN Purmerend. Tips, verhalen, meldingen over historische activiteiten en dergelijke zijn van harte welkom.

061119 – Historisch Bekeken (53-2)

Lees voor met webReader

Modern machinaal melken
(vervolg van gister)

Herenboer
Mijn voorvader mag met zijn vijf koeien zondermeer een keuterboer genoemd worden. Mijn schoonvader molk vroeger met de machine ongeveer 25 tot 30 koeien en daarmee was het een flink bedrijf. Ook de boerderij, met een dubbel vierkant, paste bij het bedrijf van een herenboer. In een stolpboerderij vormt het middenstuk, het vierkant, de opslagplaats voor het hooi. De koeien staan in de winter rondom het vierkant en krijgen dan het hooi uit het vierkant gevoerd. Een stolpboerderij met een dubbel vierkant kon dan ook tweemaal zoveel hooi bevatten en in de wintermaanden konden daardoor ook tweemaal zoveel koeien gevoerd worden. Zonder machines waren er zeker drie of vier knechten noodzakelijk om het bedrijf te runnen. Maar met melkmachine en tractor was één knecht meer dan voldoende.

Gesleep
Die moderne melkmachine van vroeger bestond uit een vacuümpomp, een staande ketel waarin de melk werd opgevangen en een melkklauw met de tepelhouders. Het was altijd een heel gesleep met ketels en melkbussen. Maar tijden veranderen en het gesleep is een stuk minder geworden. Vroeger stonden de koeien in de stal vast en mocht de boer en zijn knecht het werk doen. Nu lopen de koeien los en kunnen ze zelf naar de melkstal lopen. Via de vaste melkinstallatie loopt de melk rechtstreeks in de melktank die enkele keren per week met de tankwagen wordt geleegd. De melkbussen zijn ook verdwenen en in sommige melkstallen is zelfs de melker in rook opgegaan. De melkrobot heeft dan het werk van de melkmachine en de melker overgenomen. De koeien heten ook geen Jacoba 23 of Trees 16 meer. Ze zijn vooral te herkennen aan het zendertje om hun nek en de enorm grote gele nummerplaten in hun oren. Het zendertje stuurt de melkrobot en de voederautomaat aan en daardoor kan een moderne boer nu vooral achter zijn computer blijven zitten. Zo kan hij zien welke koeien er al gemolken zijn en hoeveel melk zij gegeven hebben. Maar toch blijft melk een heerlijk natuurproduct, alleen met wat minder natuur dan vroeger.

Deze tweewekelijkse rubriek is eerder verschenen in het Noord-Amsterdams Nieuwsblad en het Zaans Stadsblad en wordt verzorgd door Rob Veenman van de Oudheidkamer Oostzaan, bereikbaar via r.veenman@vpcconsult.nl en via postbus 558, 1440 AN Purmerend. Tips, verhalen, meldingen over historische activiteiten en dergelijke zijn van harte welkom.

061118 – Historisch Bekeken (53-1)

Lees voor met webReader

Modern machinaal melken

Enige tijd geleden waren mijn schoonouders vijftig jaar getrouwd en dat was voor de familie aanleiding eens in de schoenendozen met oude foto’s te duiken. De bovenstaande foto was daarbij een van de vondsten: mijn schoonvader zittend onder de koeien. Hij was een van de eersten in de regio die een melkmachine en een tractor aanschafte en daardoor kon hij op een moderne manier machinaal melken. Zo voltrok ook op de boerderij de mechanisatie en werden de knechten door machines vervangen.

Keuterboer
Ook een van mijn eigen voorvaderen van vaders kant had aan het eind van de negentiende eeuw een klein boerenbedrijf. Hij molk ongeveer vijf koeien en meer was eigenlijk voor een eenmansbedrijf ook niet mogelijk. Koeien moeten nu eenmaal gemolken worden en met de hand melken neemt flink wat tijd en kracht in beslag. Een goede melker kon vijf tot tien koeien op deze manier melken. Nu zou dat niet meer lukken omdat de huidige koeien veel meer melk geven en daarnaast zijn zij niet meer gewend aan het handmelken. Vroeger bleef een goede melkkoe stilstaan als zij gemolken werd. Ook als een kalf bij zijn moeder drinkt, blijft de koe tenslotte stilstaan. Maar helaas zijn er ook genoeg vervelende koeien die beginnen te trappen onder het melken. De oplossing was dan de spanriem of het spantouw waarmee de achterpoten vastgebonden werden (vervolg morgen)

Deze tweewekelijkse rubriek is eerder verschenen in het Noord-Amsterdams Nieuwsblad en het Zaans Stadsblad en wordt verzorgd door Rob Veenman van de Oudheidkamer Oostzaan, bereikbaar via r.veenman@vpcconsult.nl en via postbus 558, 1440 AN Purmerend. Tips, verhalen, meldingen over historische activiteiten en dergelijke zijn van harte welkom.