061129 – Historisch Bekeken (55-1)

Gastarbeider in eigen land

Mijn oma kwam in het begin van de twintigste eeuw als gastarbeidster vanuit Friesland naar het westen. Als dochter van een keuterboertje was er weinig toekomst in Zuidoost-Friesland, het armere deel van die provincie. Als jong meisje kon zij terecht bij welgestelde Hollanders, eerst in Gouda en later in de Zaanstreek. Maar het huwelijk met mijn opa noodzaakte haar de werkzaamheden als dienstbode te staken. Trouwen betekende in die tijd bijna automatisch het ontslag voor een vrouw. Om toch voor extra inkomsten te zorgen, werd oma dan ook wasvrouw. Nadat de was bij de klanten was opgehaald, werd deze geboend op het wasbord en gekookt in een ketel op het fornuis. Met de Singer naaimachine konden daarna de eventuele beschadigingen gerepareerd worden. Maar, in mijn beleving, was mijn oma vooral een kunstenaar in sokken stoppen en breien. Tot op hoge leeftijd zat zij in haar hoge boerenknopjesstoel terwijl de breipennen lustig tikten, haar grijze haar in een knotje op haar achterhoofd en een ziekenfondsbrilletje op haar neus.

Herstellen
Tegenwoordig maken we ons druk over de import van kleding vanuit China, maar vroeger maakten vele mensen hun kleding zelf. En als er toch kledingstukken aangekocht werden, dan werden deze soms generaties lang gedragen. Een slijtplek op de knieën of op de ellebogen kon gemakkelijk met een lapje afgedekt worden. Werd een broek of rok te kort, dan werd er gewoon aan de onderzijde een stuk aangezet. (wordt vervolgd)

Deze tweewekelijkse rubriek is eerder verschenen in het Noord-Amsterdams Nieuwsblad en wordt verzorgd door Rob Veenman van de Oudheidkamer Oostzaan, bereikbaar via r.veenman@vpcconsult.nl en via postbus 558, 1440 AN Purmerend. Tips, verhalen, meldingen over historische activiteiten en dergelijke zijn van harte welkom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *