HerinneRing sprookje 01 – 16 maart 2006

KLATERGOUD (1)
(ingezonden stuk)

Twee monniken liepen over het bruggetje dat hen via het Saeghselpad richting de kerk van Oostzaenden leidde. Ze waren enige dagen eerder uit Egmond vertrokken. Het liep tegen de avond. Tijd om in dit dorpje een slaapplaats te zoeken.
Op de kruising bij het kerkje gingen ze rechtsaf het Suydendt op. Bij de huisjes die daar stonden vroegen ze een slaapplaats. Na enkele afwijzingen mochten ze bij een arme weduwe de nacht in de hooischuur doorbrengen. Eerst deelden ze mee in de karige maaltijd van Lijsbeth Pietersdochter.
De volgende morgen vroeg vertrokken ze weer. Bij het afscheid bedankten ze Lijsbeth hartelijk voor haar gastvrijheid. Een van hen zegde haar toe dat haar eerste bezigheid na hun vertrek tot het middaguur zou duren. Lijsbeth wist niet wat ze hiervan moest denken. Ze haalde haar schouders op, sloot de deur achter de monniken en ging aan tafel zitten om te kijken hoeveel geld ze nog had.
Zuchtend begon ze de weinige munten te tellen die ze nog bezat. Tot haar verbazing bleven er maar geldstukken uit haar beurs komen. Zelfs gouden. Ze blééf tellen. Iedere keer dat ze een greep deed, had ze wéér nieuwe munten in haar vingers. Pas toen de zon op zijn hoogst stond, hield de stroom op. Doodmoe legde ze haar hoofd op haar armen. De tafel lag inmiddels vol met met goudstukken.

(Helaas kunnen er nog steeds geen plaatjes worden geplaatst, want die berg goudstukken is een prachtig gezicht. Morgen volgt de rest van het verhaal)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.